Q&A met twee beleidsmedewerkers van BZK over de stem van jongeren en ruimtelijke keuzes
Annemijn & Laura: de toekomst van Nederland aan tafel

Hoe ziet jullie rol voor het vervolgtraject met deze jonge toekomstdenkers eruit?

A: “Echt als vraagbaak, een uitgestoken hand en een brug tussen het ministerie en jongeren. Ik hoop dat geen vraag te gek is en dat we vaker met elkaar in gesprek gaan. Daarnaast willen we experimenteren met sessies, excursies en workshops om samen te doen.” 

L: “Wij maken en houden de verbintenis vast tussen jongeren en het ministerie. Zoals ook te merken was tijdens het evenement: ruimtelijke ordening is hip. Jongeren praten graag mee over hun toekomst en bieden zelf ook actief hun creatief denkvermogen aan. Juist daarom is het waardevol om met elkaar in gesprek te blijven.” 

Tijdens dit traject ‘Jongerenperspectief op de Ontwerp-Nota Ruimte’ gingen jullie in gesprek met jongeren over ruimtelijke keuzes. Welk moment of inzicht vergeet je niet?

A: “Ik houd zelf van kleine, wat intiemere bijeenkomsten waar echt ruimte is voor gesprek. De volle zaal in Tivoli-Vredeburg was natuurlijk fantastisch en heel hoopgevend, maar het liefst spreek ik iedereen persoonlijk!  Daarom kies ik voor de bijeenkomsten die we voorafgaand aan 12 maart hebben georganiseerd met de toekomstdenkers. Daar konden we echt met elkaar om tafel om het te hebben over ons land in de toekomst.” 

L: “Ik zie het nog voor me: jongeren die na onze introductie tijdens Ruimte voor Jong Nederland in TivoliVredenburg naar ons toe kwamen. Ze wilden verbonden blijven, meehelpen, en zagen zichzelf ook wel bij BZK werken. Dat enthousiasme bleef, ook tijdens de pubquiz en de borrel. Ik vond dit prachtig om te zien. Daarnaast vond ik de sessie in januari heel waardevol: in korte tijd ontstonden mooie voorstellen door de inhoudelijke uitwisseling tussen jongeren met verschillende achtergronden.  Zo zagen jongeren in de EGA-backbone kansen in het combineren van economische groei, woningbouw, een nieuwe Nedersaksenlijn en de rol van de Eemshaven in de energietransitie. Daarbij benadrukten ze het belang van samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijfsleven, gecombineerd met hoogwaardige woon- en leefvoorzieningen. Dat zou jongeren kunnen motiveren om in de regio te blijven of terug te keren, en zo vergrijzing en krimp tegen te gaan. Als er in een paar uur al zóveel doordachte en samenhangende ideeën ontstaan, laat dat zien hoeveel waarde er in deze denkkracht zit.” 

Welke ruimtelijke opgave laat jij niet los?  

A: “Voor mij is dat klimaatverandering, en dan vooral de vraag of iedereen in de samenleving mee kan komen in die transitie. We zien nog te vaak dat energiearmoede in arme wijken toeslaat, of dat woningen overstromen op plekken waar de mensen het al financieel zwaar hebben. Zij hebben vaak niet de middelen en kennis om die problemen zelf op te lossen. Ik hoop dat we dat voor kunnen zijn door nu de juiste keuzes te maken over waar we gaan wonen en leven, waarbij we rekening houden met aanhoudende klimaatverandering. Dat betekent ook verschillende groepen meenemen in die keuzes en het gesprek daarover aangaan. Iets wat we met jongeren ook proberen te doen.” 

L: “Als planoloog kun je hier eigenlijk niet één ruimtelijk opgaven noemen, aangezien we geen opgaven uit het oog mogen verliezen. Maar we moeten wel keuzes maken, niet alles kan overal. Deze dynamiek voel ik persoonlijk het meest rondom water en bodem. Laten we ervoor zorgen dat we woningen bouwen met oog voor deze systemen, zodat die woningen ook op lange termijn bewoonbaar blijven. Het gaat daarbij niet alleen om wateroverlast, maar ook om watertekort en bodemdaling.” 

Sluit je ogen. Nederland, 2050. Wat zie je?  

A: “Een land dat zin heeft in de toekomst! Ik geloof dat de ruimtelijke keuzes die we nu maken écht bijdragen aan vooruitgang, en dat we het land een stukje groener, gezonder en klimaatneutraler achterlaten voor onze kinderen en kleinkinderen. Niet alleen verlies door klimaatverandering, maar juist ook winst: meer ruimte voor natuur en schoon water. Er zijn veel innovatieve oplossingen voor de inrichting van Nederland, daar geloof ik sterk in.” 

L: “Ik geloof in een integrale benadering zoals deze ook in de Ontwerp-Nota Ruimte beschreven staat. Dat ruimtelijke ordening hipper wordt, is denk ik precies wat Nederland nodig heeft. We zijn vaak te sectoraal bezig waardoor we het grotere plaatje, met alle ruimtelijke opgaven die opstapelen, niet goed overzien. Het is dan ook goed dat er nationaal weer meer regie wordt genomen op deze ruimtelijke ordening, zodat we dit grotere plaatje niet uit het oog verliezen. 

Alleen zo kunnen we prangende ruimtelijke opgaven oplossen en doelen behalen. Ik hoop dat deze langetermijnvisie meer doorsijpelt in het politieke debat en zichtbaar wordt in de leefomgeving, bijvoorbeeld door meervoudig ruimtegebruik.” 

Wat geef je mee aan een jongere die gelooft dat het anders kan?  

A: “Geef niet op en begin met kleine stapjes om dingen anders te doen in je dagelijkse routines. En stel heel veel vragen! Zeker als je het antwoord nog niet weet. Maar allerbelangrijkst: ga werken aan een vraagstuk dat jij echt interessant vindt. Verandering gaat niet altijd snel, maar alle beetjes helpen. En sta natuurlijk open voor wat wél kan. Focus minder op dingen die nu even niet lukken, dan is de tijd misschien nog niet rijp en vraagt nu iets anders aandacht. Als laatste: ik geloof in dingen samendoen en goede coalities smeden. Probeer niet de hele wereld in je eentje te veranderen, maar vind bondgenoten.” 

L: “Als je je irriteert aan hoe dingen gaan, probeer die irritatie om te zetten in innovatieve ideeën. Laat het je niet opvreten, maar gebruik het juist als kracht. Het kan de start zijn van je volgende stap, bijvoorbeeld in je carrière of het onderwerp van jouw volgende studieopdracht.” 

- Laura

- Annemijn

“Als je je irriteert aan hoe dingen gaan, probeer die irritatie om te zetten in innovatieve ideeën.”

“We hebben een missie om ruimtelijke keuzes niet door te schuiven naar toekomstige generaties.”

Vertel. Wie ben je, wat doe je bij het ministerie en hoe ben je daar terechtgekomen?  

A: "Via mijn stage bij het ministerie van BZK rolde ik in mijn huidige functie als beleidsmedewerker. Nog steeds met veel plezier! Nu werk ik aan de verbinding tussen het fysieke en sociale domein. Met mijn achtergrond in sociologie houd ik altijd oog voor de gemeenschappen en sociale vraagstukken van een plek. Daarnaast werk ik samen met Laura aan het betrekken van jongeren bij de nationale ruimtelijke ordening." 

L: “Als afgestudeerd planoloog werk ik als beleidsmedewerker bij BZK aan verschillende klussen en houd ik me bezig met het betrekken van jongeren bij de ruimtelijke ordening. Hiervoor liep ik stage bij Interprovinciaal Overleg (IPO), waar ik de provinciale kant van de ruimtelijke ordening leerde kennen en mijn scriptie schreef over ‘water en bodem sturend’-beleid. ” 

Waarom verdienen jongeren volgens jullie een plek aan tafel als het gaat om de inrichting van Nederland?  

A: “We hebben een missie om ruimtelijke keuzes niet door te schuiven naar toekomstige generaties. Juist daarom moeten we nu in gesprek met jongeren. Zij leven het langst met die keuzes. We kijken vooruit naar 2050 en zelfs 2100, dus we hebben iedereen nodig, zeker jongeren. Daarnaast hebben we gemerkt dat ze frisse en hands-on ideeën hebben voor de uitvoering van ruimtelijke plannen. En dat kunnen we goed gebruiken.” 

L: “Of we nou bezig zijn met het inrichten, transformeren of behouden van onze fysieke leefomgeving, het is belangrijk om hierbij naar de lange termijn te kijken. Zodat de keuzes die we nu maken, niet later, of ergens anders, voor problemen zorgen. Dit doorkijkvermogen brengen we in de praktijk door de toekomst ook uit te nodigen. Jongeren voelen daar echt wat bij, nadenken over komende jaren, aangezien dit hun toekomst is. Zij mogen nog het langst genieten van ons land, dan is wel zo eerlijk om hen mee te nemen.” 

- Laura

“Als je je irriteert aan hoe dingen gaan, probeer die irritatie om te zetten in innovatieve ideeën.”

- Annemijn

“We hebben een missie om ruimtelijke keuzes niet door te schuiven naar toekomstige generaties.”

Q&A met twee beleidsmedewerkers van BZK over de stem van jongeren en ruimtelijke keuzes

Annemijn & Laura: de toekomst van Nederland aan tafel

Hoe ziet jullie rol voor het vervolgtraject met deze jonge toekomstdenkers eruit? 

A: “Echt als vraagbaak, een uitgestoken hand en een brug tussen het ministerie en jongeren. Ik hoop dat geen vraag te gek is en dat we vaker met elkaar in gesprek gaan. Daarnaast willen we experimenteren met sessies, excursies en workshops om samen te doen.” 

L: “Wij maken en houden de verbintenis vast tussen jongeren en het ministerie. Zoals ook te merken was tijdens het evenement: ruimtelijke ordening is hip. Jongeren praten graag mee over hun toekomst en bieden zelf ook actief hun creatief denkvermogen aan. Juist daarom is het waardevol om met elkaar in gesprek te blijven.” 

Tijdens dit traject ‘Jongerenperspectief op de Ontwerp-Nota Ruimte’ gingen jullie in gesprek met jongeren over ruimtelijke keuzes. Welk moment of inzicht vergeet je niet?

A: “Ik houd zelf van kleine, wat intiemere bijeenkomsten waar echt ruimte is voor gesprek. De volle zaal in Tivoli-Vredeburg was natuurlijk fantastisch en heel hoopgevend, maar het liefst spreek ik iedereen persoonlijk!  Daarom kies ik voor de bijeenkomsten die we voorafgaand aan 12 maart hebben georganiseerd met de toekomstdenkers. Daar konden we echt met elkaar om tafel om het te hebben over ons land in de toekomst.” 

L: “Ik zie het nog voor me: jongeren die na onze introductie tijdens Ruimte voor Jong Nederland in TivoliVredenburg naar ons toe kwamen. Ze wilden verbonden blijven, meehelpen, en zagen zichzelf ook wel bij BZK werken. Dat enthousiasme bleef, ook tijdens de pubquiz en de borrel. Ik vond dit prachtig om te zien. Daarnaast vond ik de sessie in januari heel waardevol: in korte tijd ontstonden mooie voorstellen door de inhoudelijke uitwisseling tussen jongeren met verschillende achtergronden.  Zo zagen jongeren in de EGA-backbone kansen in het combineren van economische groei, woningbouw, een nieuwe Nedersaksenlijn en de rol van de Eemshaven in de energietransitie. Daarbij benadrukten ze het belang van samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijfsleven, gecombineerd met hoogwaardige woon- en leefvoorzieningen. Dat zou jongeren kunnen motiveren om in de regio te blijven of terug te keren, en zo vergrijzing en krimp tegen te gaan. Als er in een paar uur al zóveel doordachte en samenhangende ideeën ontstaan, laat dat zien hoeveel waarde er in deze denkkracht zit.” 

Welke ruimtelijke opgave laat jij niet los?  

A: “Voor mij is dat klimaatverandering, en dan vooral de vraag of iedereen in de samenleving mee kan komen in die transitie. We zien nog te vaak dat energiearmoede in arme wijken toeslaat, of dat woningen overstromen op plekken waar de mensen het al financieel zwaar hebben. Zij hebben vaak niet de middelen en kennis om die problemen zelf op te lossen. Ik hoop dat we dat voor kunnen zijn door nu de juiste keuzes te maken over waar we gaan wonen en leven, waarbij we rekening houden met aanhoudende klimaatverandering. Dat betekent ook verschillende groepen meenemen in die keuzes en het gesprek daarover aangaan. Iets wat we met jongeren ook proberen te doen.” 

L: “Als planoloog kun je hier eigenlijk niet één ruimtelijk opgaven noemen, aangezien we geen opgaven uit het oog mogen verliezen. Maar we moeten wel keuzes maken, niet alles kan overal. Deze dynamiek voel ik persoonlijk het meest rondom water en bodem. Laten we ervoor zorgen dat we woningen bouwen met oog voor deze systemen, zodat die woningen ook op lange termijn bewoonbaar blijven. Het gaat daarbij niet alleen om wateroverlast, maar ook om watertekort en bodemdaling.” 

Sluit je ogen. Nederland, 2050. Wat zie je?  

A: “Een land dat zin heeft in de toekomst! Ik geloof dat de ruimtelijke keuzes die we nu maken écht bijdragen aan vooruitgang, en dat we het land een stukje groener, gezonder en klimaatneutraler achterlaten voor onze kinderen en kleinkinderen. Niet alleen verlies door klimaatverandering, maar juist ook winst: meer ruimte voor natuur en schoon water. Er zijn veel innovatieve oplossingen voor de inrichting van Nederland, daar geloof ik sterk in.” 

L: “Ik geloof in een integrale benadering zoals deze ook in de Ontwerp-Nota Ruimte beschreven staat. Dat ruimtelijke ordening hipper wordt, is denk ik precies wat Nederland nodig heeft. We zijn vaak te sectoraal bezig waardoor we het grotere plaatje, met alle ruimtelijke opgaven die opstapelen, niet goed overzien. Het is dan ook goed dat er nationaal weer meer regie wordt genomen op deze ruimtelijke ordening, zodat we dit grotere plaatje niet uit het oog verliezen. 

Alleen zo kunnen we prangende ruimtelijke opgaven oplossen en doelen behalen. Ik hoop dat deze langetermijnvisie meer doorsijpelt in het politieke debat en zichtbaar wordt in de leefomgeving, bijvoorbeeld door meervoudig ruimtegebruik.” 

Wat geef je mee aan een jongere die gelooft dat het anders kan?  

A: “Geef niet op en begin met kleine stapjes om dingen anders te doen in je dagelijkse routines. En stel heel veel vragen! Zeker als je het antwoord nog niet weet. Maar allerbelangrijkst: ga werken aan een vraagstuk dat jij echt interessant vindt. Verandering gaat niet altijd snel, maar alle beetjes helpen. En sta natuurlijk open voor wat wél kan. Focus minder op dingen die nu even niet lukken, dan is de tijd misschien nog niet rijp en vraagt nu iets anders aandacht. Als laatste: ik geloof in dingen samendoen en goede coalities smeden. Probeer niet de hele wereld in je eentje te veranderen, maar vind bondgenoten.” 

L: “Als je je irriteert aan hoe dingen gaan, probeer die irritatie om te zetten in innovatieve ideeën. Laat het je niet opvreten, maar gebruik het juist als kracht. Het kan de start zijn van je volgende stap, bijvoorbeeld in je carrière of het onderwerp van jouw volgende studieopdracht.” 

Vertel. Wie ben je, wat doe je bij het ministerie en hoe ben je daar terechtgekomen?  

A: "Via mijn stage bij het ministerie van BZK rolde ik in mijn huidige functie als beleidsmedewerker. Nog steeds met veel plezier! Nu werk ik aan de verbinding tussen het fysieke en sociale domein. Met mijn achtergrond in sociologie houd ik altijd oog voor de gemeenschappen en sociale vraagstukken van een plek. Daarnaast werk ik samen met Laura aan het betrekken van jongeren bij de nationale ruimtelijke ordening." 

L: “Als afgestudeerd planoloog werk ik als beleidsmedewerker bij BZK aan verschillende klussen en houd ik me bezig met het betrekken van jongeren bij de ruimtelijke ordening. Hiervoor liep ik stage bij Interprovinciaal Overleg (IPO), waar ik de provinciale kant van de ruimtelijke ordening leerde kennen en mijn scriptie schreef over ‘water en bodem sturend’-beleid. ” 

Waarom verdienen jongeren volgens jullie een plek aan tafel als het gaat om de inrichting van Nederland?  

A: “We hebben een missie om ruimtelijke keuzes niet door te schuiven naar toekomstige generaties. Juist daarom moeten we nu in gesprek met jongeren. Zij leven het langst met die keuzes. We kijken vooruit naar 2050 en zelfs 2100, dus we hebben iedereen nodig, zeker jongeren. Daarnaast hebben we gemerkt dat ze frisse en hands-on ideeën hebben voor de uitvoering van ruimtelijke plannen. En dat kunnen we goed gebruiken.” 

L: “Of we nou bezig zijn met het inrichten, transformeren of behouden van onze fysieke leefomgeving, het is belangrijk om hierbij naar de lange termijn te kijken. Zodat de keuzes die we nu maken, niet later, of ergens anders, voor problemen zorgen. Dit doorkijkvermogen brengen we in de praktijk door de toekomst ook uit te nodigen. Jongeren voelen daar echt wat bij, nadenken over komende jaren, aangezien dit hun toekomst is. Zij mogen nog het langst genieten van ons land, dan is wel zo eerlijk om hen mee te nemen.”