Volgend artikel
Ik ben veel bezig met de toekomst. Die van mijzelf, mijn vrienden, van mijn stad. Ik maak me zorgen over die toekomst, maar zie ook kansen. Wie vandaag besluiten neemt, bepaalt hoe vrij of beperkt het leven van morgen zal zijn. En juist daar wringt het.
Om de wereld te verbeteren – of simpelweg leefbaar te houden – moeten we nú keuzes maken. Over wonen, werken, energie, economie, over ruimte. Maar terwijl iedereen het eens is over het belang van ‘de toekomst’, ontbreekt die toekomst vaak aan de besluitvormingstafel. Er wordt over haar gesproken, maar zelden mét haar.
Ik ben dagelijks bezig met toekomstdenken. Zoek plekken waar besluiten worden genomen en probeer langetermijnperspectieven in te brengen. Niet uit idealisme alleen, maar uit noodzaak. Want een samenleving die haar toekomst structureel niet meeneemt, maakt onverantwoordelijke keuzes.
En toch zie ik steeds hetzelfde. De bestuurstafels waar over de toekomst wordt beslist, worden bevolkt door mensen die vooral hun verleden vertegenwoordigen. En als er ruimte is voor de toekomst, is dat bijna altijd symbolisch. Toekomstvertegenwoordigers mogen input leveren, en vervolgens toekijken hoe hun inbreng geen verschil maakt. Meedenken mag, meebeslissen niet.
In de acht jaar dat ik toekomstperspectieven vertegenwoordig, is er één ding veranderd: de toekomst wordt nu erkend als belanghebbende. Maar die erkenning blijkt een valkuil. De toekomst mag aan tafel, maar krijgt geen echte stem. Toekomstvertegenwoordigers worden gehoord, maar niet serieus genomen. De bestuurstafels blijven opereren in de logica van een verkiezingscyclus, kwartaalbericht, of coalitieperiode. De lange termijn blijft retoriek.
Deze patronen zijn te herkennen bij de huidige regering. Een coalitieakkoord met economische groei als expliciete hoofdmissie, sociale voorzieningen als kostenpost, geen verhoging van de vennootschapsbelasting, en afschaffing van de CO2-heffing voor industrie.
Aan tafel mensen met kennis, ervaring en goede bedoelingen. Allemaal ouder dan ik. Allemaal sprekend over een toekomst gebaseerd op het verleden, met concurrentie boven samenwerking, consumptie als identiteit en winstmaximalisatie als doel. Allemaal sprekend over mijn toekomst.
Terwijl ik dit zie, dringt zich een ongemakkelijke vraag op: heb ik eigenlijk wel iets te zeggen over mijn toekomst?
Gesprekken gaan over wat behouden moet blijven en wat moet veranderen. Over wat haalbaar is en wat niet. Maar zelden over wie met de gevolgen zal moeten leven. Wie betaalt de prijs van de keuzes die vandaag worden gemaakt?
Een veelgehoord argument is dat ervaring telt. Complexe dossiers vragen om kennis en bestuurlijke routine. En ja, jongeren hebben minder kennis en ervaring. Maar ervaring zonder toekomstperspectief is onvoldoende. Besluiten werken decennia door. Wie beslissingen neemt zonder structurele betrokkenheid van toekomstige generaties, bestuurt met oogkleppen op.
Het probleem is niet dat jongeren geen podium krijgen. Het probleem is dat betrokkenheid vrijblijvend blijft. De toekomst wordt uitgenodigd als gast, niet erkend als mede-eigenaar. Dat is geen detail, maar een democratisch tekort.
In een land als Nederland waar een goed functionerende democratie een streven zou moeten zijn, geeft dit tekort ons een opdracht. Een opdracht om een tekort aan toekomstperspectieven en toekomstdenken om te zetten in genoegdoening – of misschien zelfs in overvloed.
Wat als we de stemgerechtigde leeftijd verlagen naar zestien, of naar twaalf?.Of misschien kunnen we tijdens de Provinciale Statenverkiezingen wel stemmen voor een symbolische dertiende provincie die het toekomstige Nederland moet vertegenwoordigen. Of kunnen we voor grote organisaties naast een ondernemingsraad ook een toekomstraad – of raad van de toekomst – verplicht stellen.
Of misschien is het nu wel echt de hoogste tijd voor nieuwe rechtsvormen die hetgeen zonder stem – de natuur, dieren, of de toekomst – daadwerkelijk kunnen vertegenwoordigen. Misschien wel ook door het verankeren van het recht van toekomstige generaties om enige vrijheid te hebben in hoe zij hun eigen leven willen inrichten zonder grote beperkingen die wij vandaag met onze keuzes opleggen. Zouden we niet zo de democratie toekomstbestendig kunnen maken?
Ik maak me zorgen over de toekomst – mijn toekomst – en ik wil daar iets aan doen. Niet alleen door te mee praten, maar door mee te doen. Ik wil niet alleen het gevoel hebben dat ik iets te zeggen heb over de toekomst; ik wil ook daadwerkelijk invloed hebben op de keuzes die haar vormgeven.
Daarom vraag ik om een koerswijzing. Geef toekomstvertegenwoordigers een vaste plek aan bestuurstafels. Niet als symbool, maar als volwaardig besluitvormer. Iemand die toekomstperspectieven niet alleen inbrengt, maar ook kan verdedigen. Die kan tegenstemmen wanneer kortetermijndenken de overhand krijgt. Die medeverantwoordelijk is voor keuzes die vandaag worden gemaakt en jarenlang doorwerken. Zodat besluiten die vandaag worden genomen, ook recht doen aan de mensen die er morgen mee moeten leven.
Alleen dan is het geen vraag meer of ik iets te zeggen heb over mijn toekomst, maar een gegeven.
- Abel Koentjes
Terug naar home
Volgend artikel
Ik ben veel bezig met de toekomst. Die van mijzelf, mijn vrienden, van mijn stad. Ik maak me zorgen over die toekomst, maar zie ook kansen. Wie vandaag besluiten neemt, bepaalt hoe vrij of beperkt het leven van morgen zal zijn. En juist daar wringt het.
Om de wereld te verbeteren – of simpelweg leefbaar te houden – moeten we nú keuzes maken. Over wonen, werken, energie, economie, over ruimte. Maar terwijl iedereen het eens is over het belang van ‘de toekomst’, ontbreekt die toekomst vaak aan de besluitvormingstafel. Er wordt over haar gesproken, maar zelden mét haar.
Ik ben dagelijks bezig met toekomstdenken. Zoek plekken waar besluiten worden genomen en probeer langetermijnperspectieven in te brengen. Niet uit idealisme alleen, maar uit noodzaak. Want een samenleving die haar toekomst structureel niet meeneemt, maakt onverantwoordelijke keuzes.
En toch zie ik steeds hetzelfde. De bestuurstafels waar over de toekomst wordt beslist, worden bevolkt door mensen die vooral hun verleden vertegenwoordigen. En als er ruimte is voor de toekomst, is dat bijna altijd symbolisch. Toekomstvertegenwoordigers mogen input leveren, en vervolgens toekijken hoe hun inbreng geen verschil maakt. Meedenken mag, meebeslissen niet.
In de acht jaar dat ik toekomstperspectieven vertegenwoordig, is er één ding veranderd: de toekomst wordt nu erkend als belanghebbende. Maar die erkenning blijkt een valkuil. De toekomst mag aan tafel, maar krijgt geen echte stem. Toekomstvertegenwoordigers worden gehoord, maar niet serieus genomen. De bestuurstafels blijven opereren in de logica van een verkiezingscyclus, kwartaalbericht, of coalitieperiode. De lange termijn blijft retoriek.
Deze patronen zijn te herkennen bij de huidige regering. Een coalitieakkoord met economische groei als expliciete hoofdmissie, sociale voorzieningen als kostenpost, geen verhoging van de vennootschapsbelasting, en afschaffing van de CO2-heffing voor industrie.
Aan tafel mensen met kennis, ervaring en goede bedoelingen. Allemaal ouder dan ik. Allemaal sprekend over een toekomst gebaseerd op het verleden, met concurrentie boven samenwerking, consumptie als identiteit en winstmaximalisatie als doel. Allemaal sprekend over mijn toekomst.
Terwijl ik dit zie, dringt zich een ongemakkelijke vraag op: heb ik eigenlijk wel iets te zeggen over mijn toekomst?
Gesprekken gaan over wat behouden moet blijven en wat moet veranderen. Over wat haalbaar is en wat niet. Maar zelden over wie met de gevolgen zal moeten leven. Wie betaalt de prijs van de keuzes die vandaag worden gemaakt?
Een veelgehoord argument is dat ervaring telt. Complexe dossiers vragen om kennis en bestuurlijke routine. En ja, jongeren hebben minder kennis en ervaring. Maar ervaring zonder toekomstperspectief is onvoldoende. Besluiten werken decennia door. Wie beslissingen neemt zonder structurele betrokkenheid van toekomstige generaties, bestuurt met oogkleppen op.
Het probleem is niet dat jongeren geen podium krijgen. Het probleem is dat betrokkenheid vrijblijvend blijft. De toekomst wordt uitgenodigd als gast, niet erkend als mede-eigenaar. Dat is geen detail, maar een democratisch tekort.
In een land als Nederland waar een goed functionerende democratie een streven zou moeten zijn, geeft dit tekort ons een opdracht. Een opdracht om een tekort aan toekomstperspectieven en toekomstdenken om te zetten in genoegdoening – of misschien zelfs in overvloed.
Wat als we de stemgerechtigde leeftijd verlagen naar zestien, of naar twaalf?.Of misschien kunnen we tijdens de Provinciale Statenverkiezingen wel stemmen voor een symbolische dertiende provincie die het toekomstige Nederland moet vertegenwoordigen. Of kunnen we voor grote organisaties naast een ondernemingsraad ook een toekomstraad – of raad van de toekomst – verplicht stellen.
Of misschien is het nu wel echt de hoogste tijd voor nieuwe rechtsvormen die hetgeen zonder stem – de natuur, dieren, of de toekomst – daadwerkelijk kunnen vertegenwoordigen. Misschien wel ook door het verankeren van het recht van toekomstige generaties om enige vrijheid te hebben in hoe zij hun eigen leven willen inrichten zonder grote beperkingen die wij vandaag met onze keuzes opleggen. Zouden we niet zo de democratie toekomstbestendig kunnen maken?
Ik maak me zorgen over de toekomst – mijn toekomst – en ik wil daar iets aan doen. Niet alleen door te mee praten, maar door mee te doen. Ik wil niet alleen het gevoel hebben dat ik iets te zeggen heb over de toekomst; ik wil ook daadwerkelijk invloed hebben op de keuzes die haar vormgeven.
Daarom vraag ik om een koerswijzing. Geef toekomstvertegenwoordigers een vaste plek aan bestuurstafels. Niet als symbool, maar als volwaardig besluitvormer. Iemand die toekomstperspectieven niet alleen inbrengt, maar ook kan verdedigen. Die kan tegenstemmen wanneer kortetermijndenken de overhand krijgt. Die medeverantwoordelijk is voor keuzes die vandaag worden gemaakt en jarenlang doorwerken. Zodat besluiten die vandaag worden genomen, ook recht doen aan de mensen die er morgen mee moeten leven.
Alleen dan is het geen vraag meer of ik iets te zeggen heb over mijn toekomst, maar een gegeven.
- Abel Koentjes
Terug naar home